VROEGPENSIOEN

ZWARE-BEROEPENREGELING LOONT

Tekst Ronald de Kreij Beeld Jan Lankveld

‘ALS WE NIET OPPASSEN WORDT HET STREEKVERVOER STRAKS OOK EEN PECHSECTOR’

Geld voor het oprapen, maar de werkgevers in het streekvervoer laten het liggen. Dat is het oordeel van Sooi van Weegberg over hun terughoudendheid om vervroegd uittreden van oudere medewerkers te faciliteren. Hij probeert ze alsnog over de streep te trekken.

Maar liefst een miljard euro heeft minister Koolmees beschikbaar gesteld. Dat is zoals dat heet geen kattenpis. Een kwart van dit bedrag is beschikbaar voor het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van werknemers. De resterende driekwart is bedoeld om ouderen eerder te kunnen laten stoppen met werken.

Hoeveel mooier wil je het hebben? Zeker in een sector als het streekvervoer, waar de werkdruk al jaren onverantwoord hoog is. Dan is een investering in het inzetbaar houden van medewerkers tot hun AOW natuurlijk welkom. Met het oog op de aangekondigde reorganisaties is het bovendien aantrekkelijk om ouderen eerder te kunnen laten uittreden. Een win-winsituatie dus.

DIEU

We hebben het hier over de tijdelijke subsidieregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (DIEU). De regeling opent in juni 2021 en loopt tot eind 2025. Daarna is het de bedoeling dat iedereen na 45 jaar werken met pensioen kan.

De regeling vloeit voort uit het Pensioenakkoord en heeft tot doel werkenden tot hun AOW-leeftijd inzetbaar te houden én oudere medewerkers met een zwaar beroep de mogelijkheid te bieden om eerder te stoppen met werken. Er is echter een voorwaarde: alleen sectoren waarin de sociale partners afspraken over beide doelen combineren, kunnen van de subsidieregeling gebruik maken.

PECH EN GELUK

Buschauffeur en FNV-kaderlid Sooi van Weegberg en vakbondsbestuurder Marijn van der Gaag maken onderdeel uit van de pensioencommissie van FNV Streekvervoer. Zij vinden het belangrijk dat een regeling om eerder te kunnen stoppen met werken wordt opgenomen in de cao. Van Weegberg: ‘Pas als dat het geval is, is er sprake van een zware-beroepenregeling. De regeling kost geld. Op het moment dat er een budget op de cao-tafel ligt waarmee je niet iedereen die ervoor in aanmerking komt eerder kunt laten stoppen met werken, dan zal je onderscheid moeten maken. Dan is het logisch dat de zwaardere beroepen voorrang krijgen.’

‘Voor zo’n regeling moet je met elkaar afstemmen welke functies binnen de sector als zwaar beroep kunnen worden aangemerkt’, vervolgt hij. ‘Dat hoeft niet moeilijk te zijn. In onze sector is negentig procent chauffeur, en die hebben allemaal een zwaar beroep. Ook iedereen die in roosters werkt valt hieronder. Maar denk ook aan de monteurs. Ik denk dat alleen de kantoorfuncties in onze sector geen zware beroepen zijn.’

AFHANKELIJK VAN WELWILLENDHEID

Toch lijken de werkgevers niet happig op een zware-beroepenregeling. Van Weegberg: ‘Ze willen het niet, want ze hebben geen geld om het eerder uittreden van werknemers te kunnen betalen, zeggen ze. Dat stoort mij en is tegelijk mijn belangrijkste kritiekpunt op de DIEU-regeling. Ik vind dat in het pensioenakkoord een verplichting voor de werkgevers had moeten staan om mee te doen. Nu zijn we afhankelijk van hun welwillendheid. Op deze manier krijgen we na de pech- en gelukgeneraties straks ook pech- en geluksectoren.’

De eerste geluksectoren zijn er overigens al. Bij suikerverwerker CSM bijvoorbeeld is al een zware-beroepenregeling afgesproken, evenals bij de politie, de bouw en de havens. ‘Maar bijvoorbeeld bij de schilders niet’, zegt Van Weegberg. ‘Of in ieder geval: nog niet. En als we niet oppassen wordt het streekvervoer straks ook een pechsector.’

BEREKENING

Slagen de sociale partners er in afspraken te maken over duurzame inzetbaarheid, zware beroepen en eerder uittreden, dan beoordeelt een speciale commissie of die voldoen aan de criteria. Is dat het geval, dan kan de sector een beroep doen op de DIEU-gelden. Werkgevers hoeven dan niet alleen geen RVU-heffing te betalen (Regeling Vervroegd Uittreden, een boete op eerder stoppen met werken), maar kunnen ook nog eens in aanmerking komen voor maximaal 5.300 euro subsidie op het boetevrije bedrag van 21.200 euro dat zij jaarlijks, drie jaar lang, medewerkers kunnen betalen die eerder met pensioen gaan.

GELD VERDIENEN

Van Weegberg is er eens goed voor gaan zitten en is aan het rekenen geslagen. Zijn conclusie: De werkgevers kunnen geld verdienen door gebruik te maken van de subsidieregeling. Dit inverdieneffect komt mooi uit, zeker met het oog op de aanstaande reorganisaties.

‘De werkgevers lijken echter liever voor de goedkope oplossing te kiezen’, zegt hij. ‘Alle uitzendkrachten eruit. Terwijl ze met een zware-beroepenregeling juist én geld kunnen verdienen én het personeelsbestand kunnen verjongen. Een oudere medewerker zoals ik met mijn 59 jaar kost mijn baas zo’n 55.000 euro per jaar, inclusief pensioenafdracht. Een jonger iemand kost gemiddeld 35.000 euro, is bovendien minder vaak ziek en heeft een hogere productiviteit. Weet dat de gemiddelde leeftijd in het streekvervoer 56 jaar is. Je bespaart fors op je kosten als je dat gemiddelde met een jaar of tien weet terug te brengen. En daar kun je nu dus ook nog subsidie voor krijgen.’

Sooi van Weegberg: ‘De werkgevers kunnen geld verdienen door gebruik te maken van de subsidieregeling.’

HOE NU VERDER?

Hoe aannemelijk de woorden van het FNV-kaderlid ook klinken, het is natuurlijk vooral zaak om de werkgevers te overtuigen. Hoe denkt Van Weegberg dit te gaan doen? ‘Dat doe ik natuurlijk niet alleen’, antwoordt hij, ‘maar samen met een groep collega-kaderleden én de bestuurders van de bond. We hebben de cao voor het streekvervoer voor een jaar min of meer bevroren, zodat een speciale werkgroep in dat jaar kan kijken naar de vormgeving van een zware-beroepenregeling. Die kunnen we dan in 2021 in de nieuwe cao opnemen, waarna de sector kan opteren voor bijdragen uit de subsidieregeling.’

Deel deze pagina