TWEE GENERATIES

‘EEN E-CONSULT? IK VIND HET HELEMAAL NIKS …’

Tekst Bas Popkema Beeld De Beeldredaktie/Marco Vellinga

‘IK MERK DAT MENSEN VAAK WEL HECHTEN AAN EEN VASTE DOKTER’

Allebei werken ze in de Huisartsenpraktijk Ederveen. Teus Dorresteijn (63) is er al ruim drie decennia dorpsdokter, Pauline van de Weert (39) begon er drie jaar geleden. Híj kent de tijd zonder computer nog, zij verdiept zich in de voordelen van het e-consult. ‘Toch pakken we de zaken in essentie hetzelfde aan.’

Pen, papier en een kaartenbak, dat stond er op het bureau van huisarts Teus Dorresteijn. ‘Keelontsteking, kuur penicilline’, zo noteerde hij tijdens een van zijn eerste consulten. Hij was zojuist dorpsdokter geworden in het Gelderse Ederveen. Een solopraktijk in een statige villa aan de Hoofdweg. Iedereen wist de dokter daar te vinden. En was hij ‘visites rijden’, dan nam zijn vrouw de honneurs even waar.

Teus was in 1987 van de huisartsenopleiding gekomen. Destijds werd die studie vooral bevolkt door mannen. En die hadden bijna unaniem twee wensen. Eén: een eigen praktijk. En twee: fulltime werken. Dat eerste was nog best een kostbare zaak, maar het tweede was geen probleem. Als solodokter maakte je je uren wel: overdag spreekuur en visites, ’s avonds spoedgevalletjes, tussendoor de bevallingen, en dan ook nog je weekenddiensten …

VAN SOLO NAAR SAMEN

Hoe anders zag het speelveld eruit toen Pauline van de Weert in 2004 aan haar studie geneeskunde begon. Vrouwen waren daar inmiddels in de meerderheid. En de aankomend huisartsen wilden allang niet meer massaal een eigen praktijk en een 24/7-baan. De solopraktijk maakte de afgelopen jaren dan ook plaats voor het huisartsencentrum, met meer huisartsen onder één dak. Teus en Pauline werken nu samen in de Huisartsenpraktijk Ederveen. Daar loopt meer dan twintig man personeel rond: een handvol (deeltijd)artsen én veel ondersteunende medewerkers.

‘Toen Teus begon, liepen werk en privé van de huisarts vaak door elkaar heen’, zegt Pauline. ‘Ik merk dat die twee bij mij veel meer gescheiden zijn. Ik werk bewust in deeltijd en ik woon niet in Ederveen. Verder valt het me ook op dat het pakket van de huisarts de afgelopen jaren is uitgebreid. Er is meer complexe zorg bij ons komen te liggen. Als huisarts kun je daar gelukkig ook tijd voor nemen, omdat het werk anders is georganiseerd. We worden tegenwoordig geholpen door praktijkondersteuners en doktersassistenten. Zij nemen veel taken over die de dokter voorheen zelf deed: bloeddruk meten, oren uitspuiten en controles van chronisch zieke mensen, zoals diabetici.’

VOLGENS DE RICHTLIJN

Bij de nieuwe praktijk hoort ook een andere manier van opleiden. De huisartsenopleiding – die je na je algemene geneeskundeopleiding doet – duurt nu drie in plaats van één jaar. ‘Veel studenten oriënteren zich bovendien breder dan vroeger. Ze kijken eerst in verschillende huisartsenpraktijken rond voordat ze besluiten of ze zich ergens willen vestigen als vaste huisarts’, vertelt Pauline. ‘Daardoor duurt de opleiding wel langer.’

Inhoudelijk is de scholing ook fors veranderd. Teus: ‘Tegenwoordig werken we in de huisartsenpraktijk met richtlijnen, de zogeheten ‘standaarden’. Voor bijna alle ziektebeelden is er zo’n richtlijn die beschrijft hoe je moet handelen, gebaseerd op actuele wetenschap. In de huidige opleiding komt dat allemaal voorbij. In mijn tijd leerde ik natuurlijk ook hoe je ziektes moest behandelen, maar dat was vaak meer gebaseerd op de praktijkervaring van je opleider dan op echt harde wetenschap.’

Die richtlijnen zijn dan ook een forse verbetering, vindt Teus. Als opleider – in zijn praktijk begeleidt hij aankomend huisartsen – kent hij ze van binnen en buiten. ‘Je weet nu dat de zorg die je geeft ook écht onderbouwd is.’ En toch, tegelijk bestaat het gevaar dat je je blindstaart op die richtlijnen, zegt hij. ‘Er is een verschil tussen geneeskunde en geneeskunst. Soms moet je de standaardaanpak durven loslaten omdat je merkt dat die niet goed werkt bij een patiënt. Misschien dat artsen van mijn generatie dat sneller durven doen.’

Tekst gaat verder onder de foto

‘WERK EN PRIVÉ ZIJN BIJ MIJ VEEL MEER GESCHEIDEN DAN BIJ TEUS VROEGER’
‘SOMS MOET JE DURVEN AFWIJKEN VAN DE RICHTLIJN, IN HET BELANG VAN DE PATIËNT’

‘ZEGT U HET MAAR, DOKTER’

Hoeveel verschil maakt het eigenlijk of je als Ederveense dorpeling aanschuift voor een consult bij Pauline of bij Teus? In essentie doen ze de dingen niet anders, denken beiden. Pauline: ‘Je wilt de ziekte behandelen en de gezondheid bevorderen. Ik geef wel steeds meer aandacht aan preventieve zorg: mensen bewustmaken van hun leefstijl. Maar Teus doet dat ook.’ Hij glimlacht: ‘Als er vroeger iemand met knieklachten binnenkwam, stuurde je hem sneller door naar de orthopeed, of je schreef medicijnen voor. Terwijl je nu eerder bespreekt of de patiënt niet iets aan z’n overgewicht kan doen.’

De patiënt zélf is ook veranderd. Mensen zijn mondiger: soms komen ze al met een uitgeprinte diagnose de spreekkamer binnen, omdat ze druk gegoogeld hebben. ‘Het positieve is dat de normen, waarden en wensen van de patiënt tegenwoordig meer ruimte krijgen’, zegt Pauline. ‘Je zoekt sámen naar een oplossing. Al zeggen sommige mensen ook: zegt ú het maar, dokter.’

RUIMTE VOOR E-HEALTH

En hoe zit het met digitale vernieuwingen? In de huisartsenpraktijk van Teus en Pauline wordt nu de optie voor een e-consult ontwikkeld. Maar eerlijk is eerlijk, Teus vindt het ‘helemaal niks’. Hij zegt: ‘Achter een scherm heb je toch een heel ander contact, je mist signalen en je kunt iemand niet gemakkelijk onderzoeken. En wat je met een e-consult kunt, kun je volgens mij ook gewoon telefonisch doen.’

Pauline kan er wel om lachen. ‘Ik denk dat het een toegevoegde waarde kan hebben. Het levert bijvoorbeeld tijdwinst op voor de patiënt: die hoeft niet naar de praktijk te komen en kan dit ook onder z’n werk doen. Natuurlijk is het lang niet voor elke patiënt of elke vraag geschikt. De toekomst moet uitwijzen in welke gevallen e-health wel en niet werkt.’

VASTE DOKTER

In die toekomst zet Teus een stapje terug: binnenkort draagt hij zijn deel van de praktijk over aan Pauline en twee andere parttime collega’s. Voor Teus ligt daar nog wel een puntje van zorg. ‘Doordat er steeds meer parttime artsen zijn, raken we de continuïteit in persoon toch wat kwijt. Meer kapiteins op een schip is een risico. Ik merk ook dat mensen vaak wel hechten aan een vaste dokter.’ Pauline herkent dat risico. ‘Maar het heeft ook voordelen. Vier ogen zien meer dan twee. En we koppelen patiënten met een complex beeld zoveel mogelijk aan twee vaste artsen. Zo kun je de rode draad toch bewaken.’

Ze ziet het als een mooie uitdaging om het stokje van Teus over te nemen. ‘Onze praktijk is de afgelopen jaren hard gegroeid en dat vraagt meer van de organisatie. Ik heb echt zin om daar tijd en energie in te steken.’

‘TEGENWOORDIG TELLEN DE WAARDEN EN WENSEN VAN DE PATIËNT MEER MEE’

Deel deze pagina