VOORWOORD

WAARDERING EN WERKKLIMAAT

FNV -bestuurder Marco Bouma ziet een zorgwekkende trend. Namelijk dat de loonstijgingen in vrijwel alle nieuwe cao’s in Nederland achterblijven bij de inflatie. Hoe zit het eigenlijk met de waardering van de werkgevers voor hun personeel, vraagt hij zich af.

Laat ik eerst een mogelijke misvatting uit de wereld helpen: FNV Streekvervoer is er niét alleen voor buschauffeurs. Dat schijnen sommige mensen namelijk nog wel eens te denken. Mijn collega’s en ik behartigen ook de belangen van de mensen in het multimodale vervoer, mensen die in het ov op kantoor werken, én van bijvoorbeeld de medewerkers op de veerboten. Zie de artikelen verderop in dit e-magazine. Dan lees je over hoe lastig het is om ook daar cao’s af te sluiten. Dat bijvoorbeeld de cao bij Westerschelde Ferry pas tot stand kwam na actiedreigingen van de medewerkers, en de cao-Multimodaal na een eindbod van de werkgevers.

In veel sectoren grijpen de werkgevers corona aan om de hand op de knip te houden. Zelfs minimaal koopkrachtbehoud wordt de werknemers niet gegund. Ook de medewerkers in de supermarkten niet, waar hun bazen dankzij diezelfde pandemie nota bene recordwinsten boeken. Corona is dus niet altijd een argument, al hoop ik niet op nog veel meer cao-overleggen in tijden van een pandemie.

Hoewel, wat zeg ik nou? Corona is natuurlijk wél een argument om mensen in een vitale functie een mooie eenmalige vergoeding uit te keren. Zoals is gebeurd bij HTM, het spoor en de zorg. Dus hebben wij als bond de werkgevers in het streekvervoer gevraagd om ook hun werknemers een eenmalige uitkering over 2021 te geven buiten de cao om. Ja, dat kon wel, reageerden de werkgevers, maar dan moesten we al onze claims in de cao over dat jaar laten vallen. Een mooi staaltje chantage, want de medewerkers hebben voor dat jaar een nullijn geaccepteerd in ruil voor goede afspraken over een RVU-regeling en een generatiepact. Die nullijn hoefde van de werkgevers uiteraard niet te worden teruggedraaid, met het tot stand komen van een RVU- en een generatiepactregeling maakten de werkgevers geen haast.

Toen we in februari het overleg met de werkgevers vervolgden, legden ze een eindbod op tafel. Dat bod in het kort: 400 euro bruto eenmalig over 2021, 800 euro bruto over 2022 en in juli 2,8 procent loon erbij. Ook bieden ze een RVU-regeling waarmee ouderen twee jaar eerder met pensioen kunnen. Een deel van de bekostiging hiervan halen ze echter wel uit fondsen die toch ook voor de werknemers bedoeld zijn, zoals het vitaliteitsfonds. Willen we dat fonds overeind houden, dan bieden de werkgevers een RVU-regeling van één jaar. Tot slot, ook niet onbelangrijk: de werkgevers willen met ons praten over een beter werkklimaat om zo te komen tot, ik citeer, “verhoogde efficiency en een grotere wendbaarheid van personeel en concessies”.

Het moment waarop ik dit schrijf is voordat onze subsectorraad zich over het eindbod heeft kunnen uitspreken. Ik kan hier dus nog niets zeggen over hoe onze kaderleden en leden het eindbod beoordelen. Dit kan ik hier wel kwijt: de opstelling van de werkgevers getuigt nog altijd niet van werkelijke waardering voor medewerkers in vitale functies die zich tijdens de pandemie keihard zijn blijven inzetten. Misschien moeten we “waardering” daarom dan ook maar meenemen in het overleg over een beter werkklimaat.

Marco Bouma, bestuurder FNV Streekvervoer

Deel deze pagina