CAO-OVERLEG

ONDERTUSSEN, BIJ DE ZOUTE VEREN…

Tekst Ronald de Kreij Beeld Cindy Langelaar

‘MEER SALARIS EN GOEDE OUDERENREGELINGEN ZIJN DÉ SPEERPUNTEN’
KAPITEIN KLAAS VAN RANDEN: ‘BIJ ONS GAAT HET IN HET OVERLEG NOOIT HARD TEGEN HARD’

Anders dan bijvoorbeeld de regionale busbedrijven in Nederland, die een gezamenlijke cao-Streekvervoer hebben, hebben de vier “zoute” veerdiensten ieder hun eigen cao. Hoe verloopt het cao-overleg bij de drie veerdiensten die tussen het vaste land en de Waddeneilanden varen?

Misschien staat niet iedereen erbij stil, maar de veerdiensten binnen Nederland vallen onder het openbaar vervoer. Zo hebben we “zoete veren”, die zoetwaterrivieren oversteken, en “zoute veren”, die, nou ja, de naam zegt het eigenlijk al.

In totaal telt Nederland vier zoute veren: één over de Westerschelde (Westerschelde Ferry, die vaart tussen Vlissingen en Breskens) en drie over de Waddenzee: Teso (Texel), Rederij Doeksen (Terschelling en Vlieland) en Wagenborg (Ameland en Schiermonnikoog).

Binnen FNV Streekvervoer is vakbondsbestuurder Lutz Kai Kressin verantwoordelijk voor de drie noordelijke Waddenveren. Zijn collega Marlies Peeters 'doet' die andere, zuidwestelijke veer, Westerschelde Ferry (lees het artikel hierover elders in dit e-magazine). Kressin voert momenteel cao-overleg aan maar liefst alle drie de cao-tafels tegelijk. Hoe hangen de cao-vlaggen bij de Waddenveren er bij?

TESO EN WAGENBORG

‘Bij alle drie de Waddenveren zijn de cao’s op 31 december jongstleden afgelopen’, zo vat Kressin de bestaande situatie samen. ‘Maar dat betekent niet dat de situatie overal hetzelfde is. De cao van Wagenborg was al op 31 december 2020 afgelopen, maar is in verband met corona stilzwijgend voor een jaar verlengd met een loonsverhoging ter hoogte van de algemene loonindex: 1 procent.’

‘Bij Teso’, vervolgt de vakbondsman, ‘is het laatste bod van de werkgever door onze leden afgewezen, waarna eveneens een stilzwijgende verlening is overeengekomen met een loonsverhoging ter hoogte van de algemene loonindex. Bij deze beide werkgevers hebben we het overleg recent, in februari, weer opgepakt. Dus ik kan er nog weinig over zeggen. Temeer omdat het overleg wordt bemoeilijkt door de coronamaatregelen. Alles moet digitaal, maar dat willen wij als FNV-bestuurders en kaderleden eigenlijk niet. Wij vinden dat je elkaar bij onderhandelingen in de ogen moet kunnen kijken.’

REDERIJ DOEKSEN

Hoewel bij Rederij Doeksen even een cao-akkoord in aantocht leek, is het zover (nog) niet gekomen. In een gezamenlijke stemming van FNV en CNV stemden evenveel vakbondsleden voor als tegen het onderhandelingsresultaat, waarmee een mogelijk akkoord werd afgewezen. Op tafel lag een loonbod van de werkgever van tweemaal 3,25 procent en 25 minder flexuren. ‘Verder wilde de werkgever niet gaan’, zegt Kressin. ‘Maar de leden vinden vooral de vermindering van de flexuren te weinig. Ze willen die het liefst helemaal afschaffen. Ook de loonsverhoging vinden ze gezien de inflatie te karig. Zo waren er nog wat pijnpunten. Dus nu moeten we weer om tafel.’ (zie ook het kaderbericht met een interview met kapitein Klaas van Randen elders op deze pagina)

Meer salaris en goede ouderenregelingen zijn dé speerpunten bij alle drie noordelijke zoute veren, vertelt Kressin. ‘Ze kampen allemaal met een relatief oud werknemersbestand. Bij Doeksen werken onze kaderleden voortvarend samen met de werkgever aan opvolging door jongere werknemers. Bij Teso en Wagenborg hebben we minder leden en daar kunnen we dan ook een minder stevige vuist maken. Met name Teso denkt in geval van personeelskrapte zomaar een blik nieuwe werknemers te kunnen opentrekken. Nou, niet dus. Zo steekt de markt allang niet meer in elkaar. Daar moeten we dus goede afspraken over maken, want anders ontstaat er straks een serieus personeelstekort. Dat zal leiden tot een hogere werkdruk, omdat de werknemers bij de reders behoorlijk loyaal aan hun werkgever zijn en er alles aan zullen doen om ervoor te zorgen dat de boten volgens dienstregeling kunnen blijven varen. Het gevaar dat er straks ook nog eens mensen overwerkt uitvallen, moeten we zien te voorkomen. Goede afspraken zoals bij Doeksen zijn daarom onvermijdelijk.’

LUTZ KAI KRESSIN: ‘ALLE VEREN KAMPEN MET EEN RELATIEF OUD WERKNEMERSBESTAND’

‘EEN FIJNE WERKGEVER, DUS WE KOMEN ER WEL UIT’

Bij Rederij Doeksen ligt een bod van de werkgever op tafel van tweemaal 3,25 procent meer loon. Dat vinden de medewerkers onvoldoende. En nu? ‘Ach, daar komen we wel uit’, zegt kapitein en FNV-kaderlid Klaas van Randen. ‘Daar ben ik van overtuigd. Doeksen is een fijne werkgever en in het overleg gaat het nooit hard tegen hard.’

‘We willen eigenlijk meer dan de reder wil geven’, vervolgt Van Randen. ‘Vooral op het gebied van ouderenbeleid. Extra verlofdagen vanaf een bepaalde leeftijd bijvoorbeeld, en liefst ook een 80-90-100-regeling. Dat betekent 80 procent werken tegen 90 procent loon en 100 procent pensioenopbouw. Maar daar wil Doeksen nog niet aan. Daarom willen wij geen tweejarige maar een eenjarige cao waarin we elkaar beloven dat we binnen dat jaar gaan overleggen hoe we zo’n regeling zien. Want we moeten eerlijk zijn: het is een nieuw concept voor ons allemaal en we weten niet hoe het uitpakt.’

Alleen al vanwege de samenstelling van het personeel lijken goede ouderenregelingen onvermijdelijk. ‘Een groot deel van het personeel in de nautische tak van Doeksen – kapiteins, stuurmannen en matrozen – is ouder dan vijfenvijftig jaar. Daar moet dus opvolging voor komen. Als FNV-kaderleden werken we op dit punt nauw samen met de werkgever. We hebben een heel goede verstandhouding. Doeksen vindt het belangrijk dat de medewerkers vakbondslid zijn en verrekent de vakbondscontributie desgewenst via het bruto loon. Dat hebben we zo in de cao afgesproken. Samen zorgen we er nu voor dat jonge krachten zich binnen het bedrijf kunnen blijven ontwikkelen om te kunnen doorgroeien. Mooi toch?’

Van Randen vindt het overigens ook zelf niet meer dan logisch dat al het personeel vakbondslid is. ‘Wanneer je als groep werknemers voor een cao tekent, dan is het vanzelfsprekend dat je lid bent van de organisatie die ervoor heeft gezorgd dat die goede cao tot stand is gekomen.’

Deel deze pagina