CONNEXXION - REMCO

ÉCHTE INTERESSE VOOR HET OV

Tekst Ronald de Kreij Beeld Doon van de Ven

‘NODIG ZIJN EEN INTEGRALE VISIE EN – ONVERMIJDELIJK – MEER FINANCIËN’

Het openbaar vervoer verdient het om eindelijk weer eens échte interesse te krijgen van de politiek, vindt Remco de Jonge. ‘Ik wil dat er wordt gewerkt aan de kwaliteit van het ov, in plaats van er alleen maar in te snijden.’

Op 17 maart aanstaande vinden in Nederland parlementsverkiezingen plaats. Stel dat jij in de Tweede Kamer zou worden gekozen, wat zou jij dan als politicus veranderen ten gunste van jouw werk nu in het ov? We vroegen het diverse leden van FNV Streekvervoer.

Wie ben je?

‘Remco de Jonge, 27 jaar, chauffeur bij Connexxion concessie Zeeland en 5 jaar werkzaam in het streekvervoer.’

Ga je stemmen?

‘Ja.’

Waarom?

‘Ik vind het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen stemmen. We leven nu eenmaal in een democratie.’

Hou je rekening met wat jouw partij zegt over het ov?

‘Absoluut. Ik stem op de partij die als een van de weinige, misschien wel als enige, ronduit wil werken aan de kwaliteit van het ov in plaats van er alleen maar in te snijden. De SP dus.’

Kijk je ook naar wat jouw partij zegt over flex?

‘Zeker. Zelf ben ik ook begonnen als uitzendkracht. Mijn vader ook – hij is eveneens werkzaam in het ov – en dat was dertig jaar geleden. Ik sta er wel een beetje dubbel in. Enerzijds snap ik dat de werkgevers met een bepaald percentage flex werken, maar ik vind wel dat zij dan ook wel enige zekerheid moeten geven aan de uitzendkrachten. Zodat ze elke maand de zekerheid hebben dat ze hun rekeningen kunnen betalen. Die garantie moet er zijn.’

Hoe sta je tegenover de regeling voor vervroegd uittreden (RVU)?

‘Voor mij is mijn pensioen nog heel ver weg. Voor mijn vader minder ver. Die wordt 57 en mag er rond zijn 68e uit. Ter vergelijking: mijn grootvader was eveneens buschauffeur en die mocht in 2002 op 59-jarige leeftijd met pensioen. In bijna twintig jaar tijd is de pensioenleeftijd dus met zo’n tien jaar gestegen. Terwijl we allemaal in hetzelfde zware beroep zitten, dat in de tussentijd volgens mij alleen maar nog zwaarder is geworden. Dan is het een goede zaak als mensen alsnog een paar jaar eerder kunnen afzwaaien. Oók om de vergrijzing in de sector op te lossen en jongeren een kans te geven.’

Tot slot: wat vind je het allerbelangrijkste dat de politiek zou moeten veranderen of verbeteren voor het ov en de mensen die er werken?

‘Het wordt tijd dat de politiek weer eens met werkelijke interesse naar het ov gaat kijken. Hoe krijgen we de bussen vol? Hoe zorgen we dat scholieren, maar ook werkenden, in de bus stappen? Dat mensen hun auto laten staan en bijvoorbeeld ook met de bus reizen als ze een avondje uitgaan? Dus goed kijken naar de vraag. Het openbaar vervoer kan bovendien bijdragen aan de leefbaarheid van stad en platteland, maar ook helpen met het oplossen van het milieuvraagstuk. Dat vergt een integrale visie en – onvermijdelijk – meer financiën. Maar wat de politiek de laatste jaren vooral heeft laten zien zijn een gebrek aan werkelijke interesse en een streven naar bezuinigen. Daar werf je geen reizigers mee. Dat moet dus anders.’

‘IN TWINTIG JAAR TIJD IS DE PENSIOENLEEFTIJD MET TIEN JAAR GESTEGEN’

Deel deze pagina