ARRIVA - RENÉ

LANGERE CONCESSIEPERIODES, MEER VEILIGHEID

Tekst Ronald de Kreij Beeld Doon van de Ven

‘DE VEILIGHEID OP TREINEN, BUSSEN EN STATIONS IS EEN ZAAK VAN DE OVERHEID’

Met René Scholten in de Tweede Kamer zijn we verzekerd van zijn 'belofte' om de concessieperiode voor bus- en spoorlijnen te verlengen naar dertig jaar. Ook wil hij dat er een gedegen, door de overheid uitgevoerde, aanpak komt van de veiligheid op en rond bussen, treinen en stations.

Op 17 maart aanstaande vinden in Nederland parlementsverkiezingen plaats. Stel dat jij in de Tweede Kamer zou worden gekozen, wat zou jij dan als politicus veranderen ten gunste van jouw werk nu in het ov? We vroegen het diverse leden van FNV Streekvervoer.

Wie ben je?

‘René Scholten, 56 jaar, treinmachinist bij Arriva, concessie Achterhoek / Rivierenland en 31 jaar werkzaam in het openbaar vervoer.’

Ga je stemmen?

‘Ja, uiteraard.’

Waarom uiteraard?

‘Stemrecht is een recht dat je moet koesteren. Het is bovendien een vorm van inspraak waarvan je hoe dan ook gebruik moet maken, vind ik.’

Hou je rekening met wat jouw partij zegt over het ov?

‘Nee. Een politieke partij kan een mening hebben over het openbaar vervoer, maar maken ze dat ook waar? Ik zie verkiezingsprogramma’s toch vooral als het verkopen van popiejopie-praat. En het terugdraaien van de aanbestedingen, wat ik graag zou willen, lijkt mij een illusie. Daarom kijk ik liever naar het grote geheel.’

Kijk je ook naar wat jouw partij zegt over flex?

‘Nauwelijks. Ik ben er geen voorstander van en vind dat flexwerkers worden uitgebuit. Je kunt beter meer vast personeel hebben dat je vervolgens flexibel inzet, als dat nodig is. Dan bedoel ik niet qua arbeidstijden, maar qua functie. Ik bijvoorbeeld kan worden ingezet als treinmachinist, buschauffeur en conducteur. Overigens hebben wij hier bij Arriva als ondernemingsraad – waar ik ook in zit – afspraken gemaakt over een max aan flex.’

Hoe sta je tegenover de regeling voor vervroegd uittreden (RVU)?

‘Vervroegd uittreden moet voor iedereen mogelijk zijn. We hebben een zwaar beroep met onregelmatige diensten – soms zelfs dubbele onregelmatigheid – dus op een gegeven moment is de koek wel op. Daarom vind ik dat de RVU-regeling zelfs moet worden uitgebreid.’

Tot slot: wat vind je het allerbelangrijkste dat de politiek zou moeten veranderen of verbeteren voor het ov en de mensen die er werken?

‘Twee dingen. Ten eerste verbaast het me dat de concessieperiodes voor spoor- en buslijnen relatief kort zijn. Bij mijn vorige werkgever werd na het verlies van de concessie niet meer geïnvesteerd in personeel en materieel. Terwijl we als personeel toch al kampten met de grote onzekerheid die een overgang van de ene naar de andere vervoerder met zich meebrengt. Daarom zou ik de concessieverlening verlengen naar dertig jaar. Met elke vijf jaar een tussentijdse beoordeling. Presteert de concessiehouder onder de maat, dan wordt de licentie ingetrokken. Op deze manier kan de concessieverlener druk op de ketel houden. Ten tweede vind ik dat de veiligheid op treinen, bussen en stations een zaak is van de overheid. Net als NS en de andere commerciële personenvervoerders neemt Arriva veiligheid heel serieus. Maar je merkt dat geld ook een rol speelt. Bovendien, dit is toch een taak van de overheid? En die overheid dient deze taak ook echt serieus te nemen. Als ik nu om elf uur ’s avonds op station Varsseveld diep in de Achterhoek problemen constateer met overlast gevende jeugd en daarom bijstand van de politie vraag... Nou, vergeet het dan maar. Dus wat doe ik? Toch maar gewoon doorrijden. Wachten gaat ten koste van de punctualiteit.’

‘PRESTEERT DE CONCESSIEHOUDER ONDER DE MAAT, DAN WORDT DE LICENTIE INGETROKKEN’

Deel deze pagina